Sprookjes

We zijn teveel met sprookjes opgegroeid,
waarin ze lang en heel gelukkig leven.
Dat wordt ons met de moedermelk al ingegeven,
en niet zo een twee drie maar uitgeroeid.

Sneeuwwitje, assepoester en roodkapje,
het kwade wordt bestraft, de deugt beloond.
De liefde met een huwelijk bekroond,
jij bent een kind, je weet nog niet zoveel,
maar de moraal die snap je.


Sprookjes, sprookjes ...

in feite zijn het navertelde dromen,
en dromen zijn nu eenmaal vaak bedrog.
Ze blijken maar zo zelden uit te komen,
en desondanks geloven we ze toch.


Je trapt er dan ook onbekommerd in,
je bent niet voorbereid op de misère,
jouw sprookje heet gezinnetje en topcarrière
een koning met zijn sprookjeskoningin.




Maar alle sprookjes eindigen bij voorkeur,
waar jij denkt dat het jouwe juist begint.
En elke generatie staart zich blind,
op het geluk dat openbloeien zal,
achter de eigen voordeur.



Sprookjes, sprookjes ...

In feite zijn het navertelde dromen,
en dromen zijn nu eenmaal vaak bedrog.
Ze blijken maar zo zelden uit te komen,
en desondanks vertellen we ze toch.
Sprookjes ...


We zijn teveel met sprookjes gek gemaakt,
de mythe van een lang gelukkig leven,
blijkt vaak in de praktijk een dubieus gegeven,
waar menigeen door in verwarring raakt.

Toch kunnen we niet zonder sprookjes leven,
we blijven altijd toch een beetje kind,
en hopen dat het goede overwint.
En dat is lief, en ook naïef,
maar het blijft een nobel streven.

Sprookjes, sprookjes ...